Wat ga je doen?
Dit project duurt 7 weken. Je doorloopt alle fases van het Design Thinking-proces. Sommige fases duren één dag, andere meerdere dagen. Onderaan deze pagina vind je een korte samenvatting.
De coach
Elk team krijgt een coach. Wekelijks bespreken jullie de voortgang, klantwensen, planning en samenwerking. De coach geeft feedback en kan jullie zo nodig doorverwijzen voor extra uitleg.
‼️ Als je coach niet beschikbaar is kan je altijd afstappen op een andere coach of docent. Zij kunnen je ook feedback geven.
Sprint Gallery
De grootste beloning is een tevreden klant, maar jullie krijgen ook een beoordeling. Dit gebeurt via de Sprint Gallery. Per fase lever je bewijs aan om te laten zien dat je het juiste werk hebt gedaan.
Via onderstaande link ga je naar de template voor jouw Sprint Gallery. Zorg dat je ingelogd bent met je persoonlijke Adobe account, klik op 'remix this' en publiceer de site.
Deze leerdoelen komen gedurende het hele project aan bod en word je ook op beoordeeld door je coach:
Ik houd mezelf aan de regels die gelden binnen het GLR.
Ik kom mijn afspraken na.
Ik vraag uitleg en stel minder vragen naarmate ik meer ervaring opdoe.
Ik toon nieuwsgierigheid en zoek zelf uit hoe dingen werken.
Ik ga op een prettige manier om met anderen.
Ik lever het werk op tijd op.
Ik werk samen in een team en neem steeds vaker het voortouw.
Ik neem initiatief en denk mee over verbeteringen.
Inleven in de klantvraag en de doelgroep
Je leeft je in en je begrijpt de vraag van de klant. Hierna formuleer je de eerste voorlopige inzichten die aansluiten bij de wensen en behoeften van de klant.
In deze fase werk je als team aan de volgende zaken:
Teamafspraken
Planning
1e klantcontact
Debriefing
Onderzoek en Inspiratie opdoen
Stap 1
Je hebt de briefing op papier van de klant gekregen, die neem je door met je projectgroep.
Stap 2
Je plant een 1e gesprek in met de klant om de briefing door te nemen en duidelijk te krijgen wat de klantvraag is.
Stap 3
Je bereid het 1e gesprek voor en bespreekt dit met je coach
en je maakt notities tijdens het gesprek. (denk aan sketchnotes!)
Vragen over de briefing kan je bespreken met de coach.
Neem met de coach door hoe het 1e gesprek voorbereid gaat worden.
Bespreek de vragen voor het 1e gesprek met de coach.
De coach kan aanwezig zijn bij het
1e klantgesprek.
De ontvangen briefing.
Eerste aantekeningen die je hebt gemaakt met je projectgroep.
Notites van het 1e klantgesprek.
Stap 1
Je hebt een 1e klantgesprek met de klant gehad en hier zijn notities van gemaakt.
Stap 2
Je bespreekt het gesprek met je projectgroep en de coach.
Stap 3
Het projectteam maakt een 1e versie voor de debriefing en
van de planning voor de opdracht. Ook vul je het intakeformulier
in voor EchtWerk1.
Belangrijke documenten
Download hier het Intakeformulier dat je invult na of tijdens je gesprek met de klant.
Download hier de projectovereenkomst EchtWerk1 en vul deze in.
Bespreek het klantgesprek als de coach er niet bij aanwezig is geweest.
Bespreek met de coach de 1e versie van de debriefing en noteer de feedback.
1e versie debriefing en planning.
1e versie intakeformulier EchtWerk 1
Voordat jullie verder kunnen met het project, kijken we eerst naar het niveau van de team‑debriefing. De coaches laat zien wat het gemiddelde klasniveau is en waar de belangrijkste verbeterpunten zitten.
Daarna gaan jullie individueel aan de slag:
1. Vergelijk met de klasfeedback
Pak de team‑debriefing en de projectovereenkomst erbij en noteer voor jezelf:
Wat doen we goed?
Wat missen we nog?
Wat moet duidelijker?
2. Bepaal jullie verbeterpunten
Zoek je projectgenoten op en bespreek wat is opgevallen.
Samen kijken jullie wat beter kan: structuur, uitleg, taalgebruik, opbouw… alles wat nodig is.
3. Herschrijf jullie debriefing en projectovereenkomst
Jullie passen de debriefing en de projectovereenkomst aan zodat deze duidelijk, compleet en op het juiste niveau is voor de rest van het project.
Deze twee onderdelen krijgen een GO of een NO GO
van de coach voordat het naar de klant gaat.
Stap 1
Je hebt met de klassikale feedback ronde een 2e versie
van de debriefing en de planning gemaakt.
Stap 2
Je bespreekt deze 2e versie van de debriefing en de planning
met de coach.
Stap 3
Verwerk de feedback van de coach als dit nodig is.
Ontvang je een GO van de coach, dan verstuur je een
nette e-mail naar de klant met de debriefing,
de planning en de projectovereenkomst.
Bespreek de 2e versie van de debriefing en de planning met de coach en vraag om een GO voor het versturen.
Bespreek de projectovereenkomst die je hebt ingevuld voor de klant met de coach.
De coach geeft het projectteam een GO of NO GO voor het versturen van de debriefing en de overeenkomst.
2e en laatste versie debriefing en planning
2e en laatste versie Projectovereenkomst en intakeformulier klant
Nette e-mail naar de klant vanuit het projectteam
Richting bepalen
Je onderzoekt o.a. de doelgroep, het product en de concurrentie. Naar aanleiding van dit onderzoek trek je een conclusie. Hiermee bepaal je de richting van jouw mediaontwerp.
In deze fase werk je als team aan de volgende zaken:
Sfeer en media-uiting bepalen
Conclusies trekken uit onderzoek
Klant adviseren
Stap 1
Om het ontwerp zo goed mogelijk aan te sluiten bij de doelgroep en aan de wensen van de klant ga je met je projectteam onderzoek doen.
Verdeel de volgende onderzoeken in je team:
concurrentieonderzoek
doelgroeponderzoek
mediaonderzoek
Stap 2
Trek conclusies: Vat de belangrijkste inzichten uit de onderzoeken samen en beantwoord de vraag:
Wat betekenen deze resultaten voor het mediaontwerp?
Stap 3
Bepaal de ontwerp-richting: Gebruik de conclusies om keuzes te maken voor het ontwerp, zoals:
Visuele stijl
Tone of voice
Mediavorm(en)
Belangrijkste boodschap
Stap 4
Maak een overzichtelijk document en verwerk alles in één duidelijk geheel. Dit document vormt de onderbouwing voor de ontwerpen die in de volgende sprint worden ontwikkeld.
Stap 5
Je pitcht samen met je projectteam de conclusies uit het onderzoek aan je coach. Zie onder het kopje Feedback Cyclus hieronder wat de bedoeling is.
Je pitcht de conclusies uit het onderzoek aan je coach.
opbrengsten concurrentieonderzoek
opbrengsten doelgroeponderzoek
opbrengsten mediaonderzoek
De conclusie uit deze onderzoeken
Feedback op de pitch aan de coach
Na jullie onderzoeksfase gaan jullie het werk verbeteren op basis van feedback. Dit helpt om jullie project sterker en duidelijker te maken voor het vervolg.
Stap 1: Feedback moment
Laat de onderzoeksbevindingen zien en bespreek de conclusie met de coach. Noteer zorgvuldig de ontvangen feedback.
Stap 2: Bepaal verbeterpunten
Bespreek samen met je projectteam de feedback en bepaal wat beter kan in jullie onderzoek (bijvoorbeeld structuur, duidelijkheid, taalgebruik en omvang).
Stap 3: Verbeter jullie onderzoek
Pas jullie onderzoek en conclusie aan op basis van de verbeterpunten. Zorg dat het geheel duidelijk, volledig en op het juiste niveau is voor de rest van het project.
Er is lesmateriaal beschikbaar dat aansluit bij Sprint 2. Deze staan hiernaast. Het kan zijn dat docenten ervoor kiezen een les aan te bieden of niet.
Idee-ontwikkeling
Je zoekt breed naar oplossingen om de mediavraag van de klant te realiseren. Je ontwikkelt creatieve en realistische ideeën die je vertaalt naar verschillende schetsen.
In deze fase werk je als team aan de volgende zaken:
Ideeën bedenken
Schetsen
Ideeën bespreken
Stap 1
Bedenk meerdere creatieve en realistische oplossingen voor de klantvraag. Gebruik inspiratie en de conclusies uit je onderzoek om minimaal 3 verschillende concepten te ontwikkelen.
Stap 2
Vertaal je ideeën naar verschillende schetsen, wireframes, storyboards of andere visuele uitwerkingen. Zo maak je jouw ideeën zichtbaar en vergelijkbaar.
Stap 3
Beoordeel de concepten op creativiteit, haalbaarheid en
aansluiting bij de doelgroep en klantvraag. Kies het concept
dat het beste past.
Stap 4
Bespreek je gekozen concept en schetsen met een medestudent. Geef en ontvang feedback volgens de beschreven Feedbackcyclus. Verwerk de belangrijkste verbeterpunten in je concept.
Bespreek je concept en de schetsen met je coach
minimaal 3 verschillende concepten
schetsen, wireframes en/of storyboards van je concepten
Uitgewerkte schets voor het gekozen concept.
Peerfeedback volgens Feedback cyclus
Aan het einde van Sprint 3 gaan jullie elkaars ideeën beoordelen. Jullie kijken naar het werk van een ander team, en zij kijken naar jullie werk.
Maak gebruik van de les over een tussenpresentatie (Sprint 1 t/m 3): Geef een korte, heldere update over waar jullie project nu staat. Het doel is om jullie te helpen overtuigend en professioneel te presenteren, ook als het project nog niet af is. Door te vertellen waar je staat, wat je al hebt uitgezocht en welke stappen je nog gaat zetten, krijg je waardevolle feedback waarmee je je project kunt verbeteren.
STUDENT A: Geef jouw klasgenoot gerichte feedback
Je werkt in tweetallen. Kies van jullie twee één set schetsen om te bespreken.
Stap 1: Bekijk het idee voor het project. Neem de tijd om écht te kijken. Wat valt jou op? Wat werkt goed? Wat kan sterker?
Stap 2: Gebruik de beoordelingscriteria (3* & 4*).
Kijk naar:
Welke onderdelen passen goed bij de criteria?
Welke onderdelen kunnen nog beter uitgewerkt worden?
Kun je uitleggen waarom je dat vindt?
Stap 3: Geef elkaar feedback met argumenten. Jullie hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn — dat is oké. Belangrijk is dat je uitlegt waarom jij iets vindt en voorbeelden geeft.
STUDENT B: Leg jouw gekregen feedback vast
De student wiens werk besproken wordt, legt de feedback vast. Dit mag in tekst, beeld of met sketchnotes (zie afbeelding hierboven).
Sketchnotes helpen je:
om beter te luisteren
keuzes te maken (wat is belangrijk, wat niet?)
en de feedback beter te onthouden
*B3: Ik werk meerdere ideeën uit en onderzoek welke het best past bij de klantvraag.
*B4: Ik experimenteer met verschillende materialen en technieken.
Er is lesmateriaal beschikbaar dat aansluit bij Sprint 3. Deze staan hiernaast. Het kan zijn dat docenten ervoor kiezen een les aan te bieden of niet.
Prototyping
Je maakt verschillende prototypes voor crossmediale vormgeving waarbij je experimenteert met verschillende software en tools.
In deze fase werk je als team aan de volgende zaken:
Styleguide
Digitale prototypes
Prototypes bespreken
Klantcontact
Stap 1
Werk je concept uit in prototypes.
Maak verschillende versies van jouw concept. Laat zien hoe jouw idee eruit kan zien in verschillende uitwerkingen.
Stap 2
Experimenteer met software en tools.
Gebruik verschillende softwareprogramma's, technieken en tools om jouw prototypes te ontwikkelen. Onderzoek welke aanpak het beste werkt voor jouw ontwerp.
Stap 3
Maak ontwerpkeuzes. Vergelijk je prototypes en bepaal welke elementen het beste aansluiten bij de doelgroep, de klantvraag en jouw concept.
Stap 4
Werk een voorkeursprototype uit. Kies de sterkste oplossing en werk deze verder uit tot een duidelijk en onderbouwd prototype.
Bespreek je prototypes, je ontwerpkeuzes en de uitkomsten van je reflectie. Licht toe welke keuzes je hebt gemaakt en waarom.
Verschillende prototypes
Bewijs van experimenten met software en tools
Het verder uitgewerkte voorkeursprototype
Een korte toelichting op je ontwerpkeuzes.
Ingevulde reflectievragen van de Feedback Cyclus
Aan het einde van Sprint 4 kijk je kritisch naar je eigen werk. Je controleert of je ontwerp(en) passen bij beoordelingscriterium 5:
Ik kies zelfstandig geschikte software en tools, en pas deze
effectief toe.
Bedenk eerst voor jezelf waar je over twijfelt, welke keuzes je gemaakt hebt en wat nog verbeterd kan worden.
Beantwoord voor jezelf de volgende vragen:
Aan welk onderdeel van de opdracht twijfel je nog?
Licht je antwoord toe.
Welke keuzes heb je gemaakt tijdens het uitvoeren van de opdracht? Leg uit waarom je deze keuzes hebt gemaakt.
Met welk onderdeel van je werk ben je tevreden?
Geef aan waardoor dit goed is gelukt.
Wat zou je een volgende keer willen verbeteren?
Beschrijf hoe je dat zou aanpakken.
Nadat je voor jezelf de vragen hebt beantwoord geef je aan waar jij nog feedback op wilt en legt dit vast in je Sprint Gallery. Je coach geeft pas feedback als jij gericht aangeeft waar je hulp bij nodig hebt. Beantwoord de volgende vraag:
“Op welke onderdelen van mijn prototype heb ik nog
feedback nodig en waarom?”
Je kunt denken aan:
onderdelen die nog niet duidelijk zijn
tools of technieken waar je moeite
mee hebt
of je technische instellingen wel
goed staan
keuzes waar je over twijfelt
stukken van je prototype die nog
niet werken zoals jij wilt
Er is lesmateriaal beschikbaar dat aansluit bij Sprint 4. Deze staan hiernaast Het kan zijn dat docenten ervoor kiezen een les aan te bieden of niet.
Testen
Je test je prototype bij de doelgroep en je past de vormgeving aan op basis van testuitkomsten. Je vormgeving krijgt in fasen steeds meer vorm.
In deze fase werk je als team aan de volgende zaken:
Doelgroep vinden
Testen prototypes
Klantcontact
Stap 1
Laat je prototype testen. Vraag feedback op je prototype. Test bij voorkeur met iemand uit de doelgroep. Lukt dat niet? Laat het dan beoordelen door iemand buiten de klas, zoals een vriend, familielid of bekende.
Stap 2
Verzamel en analyseer de feedback. Noteer de belangrijkste opmerkingen en reacties. Kijk kritisch naar de feedback en bepaal welke punten waardevol zijn voor jouw ontwerp.
Stap 3
Verwerk de feedback. Pas je prototype aan op basis van de ontvangen feedback. Licht kort toe welke aanpassingen je hebt gedaan en waarom.
Stap 4
Werk je prototype verder uit. Verbeter en verfijn je prototype zodat jouw vormgeving steeds beter aansluit bij de doelgroep en de klantvraag.
Bespreek hoe je hebt getest, welke feedback je hebt ontvangen en welke verbeteringen je hebt doorgevoerd. Licht toe welke keuzes je hebt gemaakt op basis van de resultaten.
Bespreek de feedback die je van je coach hebt ontvangen van de Feedback Cyclus.
Het geteste prototype en de ontvangen feedback.
Het verbeterde prototype met een korte toelichting op de aanpassingen die je hebt gedaan.
Feedback van je coach van de Feedback Cyclus
In Sprint 5 krijg je gerichte feedback van de coach. De coachreageert alleen op de punten die jij zelf in Sprint 4 hebt aangegeven. Zo blijft de feedback duidelijk en haalbaar.
Je krijgt geen hele lappen tekst of complete oplossingen - de coach geeft je hints, vervolgstappen en/of open vragen. Deze helpen je om zelf na te denken en actief met je ontwerp aan de slag te gaan.
Wat doe je met de feedback?
Verwerk de hints, stappen of vragen: gebruik de feedback om jouw ontwerp te verbeteren.
Leg schriftelijk of visueel vast hoe je hebt gehandeld op basis van de verkregen feedback.
Snap je iets niet? Bespreek het eerst met een medestudent. Vaak kun je samen bedenken wat de feedback betekent of welke actie je moet nemen.
Blijven er vragen over? Bespreek dit met de coach.
Er is lesmateriaal beschikbaar dat aansluit bij Sprint 5. Deze staan hieronder. Het kan zijn dat docenten ervoor kiezen een les aan te bieden of niet.
Opleveren
Je werkt de vormgeving van jouw media-uiting uit waarbij je de juiste vormgeefprincipes toepast. Hierbij maak je effectief gebruik van softwarefuncties.
Verbeteren media-uiting
Opleveren media-uiting
Bestanden archiveren
Klantcontact
Stap 1
Werk je vormgeving verder uit. Werk jouw ontwerp uit tot een complete media-uiting. Gebruik de feedback uit de vorige sprint
om verbeteringen door te voeren.
Stap 2
Pas vormgeefprincipes toe. Gebruik vormgeefprincipes om je ontwerp overzichtelijk, aantrekkelijk en duidelijk te maken.
Denk hierbij aan:
Kleurgebruik
Typografie (lettertypes)
Compositie en indeling
Hiërarchie (wat als eerste opvalt)
Consistentie in stijl
Stap 3
Verfijn je ontwerp. Maak effectief gebruik van de functies binnen de software waarmee je werkt. Controleer of alle onderdelen goed zijn uitgewerkt en of je ontwerp aansluit bij de doelgroep en de klantvraag.
Bespreek de uitwerking van je ontwerp en licht je vormgevingskeuzes toe. Vraag feedback op de toepassing van de vormgeefprincipes en de kwaliteit van je media-uiting.
De uitgewerkte versie van je
media-uiting.
Een korte toelichting op de
toegepaste vormgeefprincipes.
Screenshots van de instellingen van je bestanden. Laat zien dat ze aan de technische eisen voldoen.
De reflectie en het leerdoel van de Feedback Cyclus.
In sprint 6 sluit je het project af. Je kijkt terug op jouw bijdrage aan EchtWerk1, de samenwerking binnen het team en het proces van klantvraag tot eindproduct. Op basis van deze reflectie bepaal je welke leerpunten je meeneemt naar het volgende project.
Stap 1: Schrijf een reflectie
Kijk terug op het project EchtWerk1. Beschrijf jouw bijdrage, de samenwerking, het contact met de klant, de planning en de uitvoering van het project. Vertel welke uitdagingen je bent tegengekomen, hoe je deze hebt aangepakt en wat je hiervan hebt geleerd. Neem de lezer mee van de klantvraag tot het eindproduct. Ter ondersteuning is een uitgebreide vragenlijst beschikbaar. Vraag ernaar bij je coach.
Stap 2: Formuleer een leerdoel
Bepaal wat je wilt verbeteren in het volgende project. Beantwoord hiervoor de volgende vragen:
Wat vond ik moeilijk in dit project?
Waarom wil ik dat verbeteren?
Wat ga ik de volgende keer doen om dat te oefenen?
Gebruik je antwoorden om één concreet leerdoel op te stellen
voor EchtWerk2.
Bijvoorbeeld:
Moeilijk: “Het uitleggen van mijn ontwerpkeuzes.”
Waarom: “Ik kon niet altijd onderbouwen waarom ik iets koos.”
Wat ga ik doen: “In het volgende project ga ik bij elke schets kort opschrijven waarom ik die keuze maak.”
Leerdoel: “Ik wil beter leren onderbouwen waarom ik ontwerpkeuzes maak.”
Er is lesmateriaal beschikbaar dat aansluit bij Sprint 6. Deze staan hieronder. Het kan zijn dat docenten ervoor kiezen een les aan te bieden of niet.
Na 7 weken project is het tijd voor de afronding en de Show & Grow. In de Sprint Gallery presenteer je je proces voor een beoordeling van de docenten. Tijdens de Show & Grow presenteer je je opdracht aan je mede-leerlingen.
EchtWerk projecten worden vastgelegd in een Sprint Gallery. Als groep deel je daarom bestanden waar je samen aan werkt. Zodat je allemaal samen kunt gebruiken. Zorg dat je je Onedrive zo inricht dat je groep vooruit kan, zelfs als er iemand een les niet is.
Check:
Of alle gevraagde vaardigheden duidelijk in je Sprint Gallery staan, mét een stukje tekst en uitleg
Een reflectie is een vast onderdeel van een project,
deze keer neem je de reflectie ook mee naar het volgende project. Deze is dus éxtra belangrijk en moet in je Sprint Gallery staan
We werken tijdens dit project volgens de stappen van het Design Thinking model. Als mediavormgever heb je hier houvast aan zodat je ontwerp stap voor stap verbetert. In plaats van alles in één keer goed te proberen doen, werk je in sprints (iteraties).
Na elke sprint bekijk je wat er beter kan en pas je het aan. Dit proces blijf je herhalen totdat het eindresultaat goed genoeg is. Het Design Thinking-model gaat hand in hand met goed projectmanagement.
Bij iedere Design Thinking sprint krijg je verdiepende workshops aangeboden. Hieronder vind je deze workshops ingedeeld per sprint, en per vak, zoals je dat van vorig jaar gewend bent.